ECLI:NL:RVS:2010:BL1494
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over toelating rapport in asielprocedure Irak
De staatssecretaris van Justitie wees op 26 januari 2009 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij het UNHCR-rapport uit april 2009 bij haar oordeel betrok. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank het rapport niet ambtshalve had mogen betrekken zonder partijen de mogelijkheid te bieden te reageren, zoals vereist is op grond van artikel 8:69, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Ook kon het rapport niet op grond van artikel 83 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 worden betrokken omdat het niet door partijen was ingebracht.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en dat van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank ongegrond. De inhoudelijke beoordeling van het besluit van 26 januari 2009 bevestigde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Centraal-Irak een reëel risico liep op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de EU-richtlijn en artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 25 januari 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.