ECLI:NL:RVS:2010:BL0753
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- C.J.M. Schuyt
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verval tenaamstelling voertuig na inbeslagname
De directie van de Dienst Wegverkeer (RDW) wees het verzoek van appellante af om de tenaamstelling van haar voertuig te doen vervallen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd dit besluit bevestigd. Appellante stelde dat zij na de inbeslagname van het voertuig enkele jaren geen houder was geweest en dat de tenaamstelling daarom onterecht bleef staan.
De Raad voor de Rechtspraak overwoog dat de Wegenverkeerswet 1994 en het Kentekenreglement regels bevatten voor het verval van tenaamstelling, waarbij de RDW beoordelingsvrijheid heeft bij uitzonderingssituaties. De RDW mocht in redelijkheid vasthouden aan het standpunt dat het verzoek pas in behandeling wordt genomen na onherroepelijke rechterlijke beslissing over de inbeslagname.
Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat er een onherroepelijke beslissing was genomen over eigendom of buitengebruikstelling van het voertuig. Ook het feit dat zij tijdens de inbeslagname niet vrij over het voertuig kon beschikken, maakte dit niet anders. De mogelijkheid tot schorsing van voertuigverplichtingen en het aanvragen van een vervangend kentekenbewijs waren aanwezig.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering tot verval van de tenaamstelling bevestigd.