ECLI:NL:RVS:2010:BL0260
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris werd afgewezen op grond van onvoldoende aannemelijkheid van zijn herkomst en identiteit. De rechtbank had deze afwijzing vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde besluitvorming.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet aan zijn vergewisplicht had voldaan. De taalanalyses waarop de staatssecretaris zich baseerde waren, voor wat betreft de spraakgemeenschap, inzichtelijk en concludent. De stelling van de vreemdeling dat hij in Burundi een Koranschool bezocht waar standaard Swahili werd gesproken, deed hieraan niet af.
Verder werd geoordeeld dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het ontbreken van documenten niet aan hem te wijten was en dat het beroep op een contra-expertise te laat was ingediend. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waardoor de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel door de staatssecretaris in stand blijft.