Uitspraak
200603372/1), dient het college te beslissen omtrent het verlenen van vrijstelling voor het bouwplan, zoals dat is aangevraagd. Indien een bouwplan op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. De omstandigheid dat de gebiedscommissie van de gemeente Berkelland bij brief van 30 januari 2008 aan [vergunninghoudster] heeft verzocht om een ontwikkellocatie in het verwevingsgebied of een locatie in het landbouwontwikkelingsgebied te overwegen, betekent niet dat op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van het bouwplan op een zodanige locatie een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren.
200800359/1), komen de vragen of voor de uitvoering van het bouwplan ontheffingen op grond van de Flora- en faunawet nodig zijn, en zo ja, of deze ontheffingen kunnen worden verleend, aan de orde in een eventueel te voeren procedure op grond van die wet. Dat doet er niet aan af dat het college geen vrijstelling voor het bouwplan had kunnen verlenen indien en voor zover het op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de Flora- en faunawet aan de uitvoerbaarheid van het bouwplan in de weg staat.
200701240/1), komen de vragen of voor de uitvoering van het bouwplan een vergunning nodig is op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, en zo ja, of deze vergunning kan worden verleend aan de orde in een eventueel te voeren procedure op grond van de Natuurbeschermingswet 1998. Dat doet er niet aan af dat het college geen vrijstelling voor het bouwplan had kunnen verlenen indien en voor zover het op voorhand had moeten inzien dat de Natuurbeschermingswet 1998 aan de uitvoerbaarheid van het bouwplan in de weg staat.
200900137/1/H1), mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen andere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria. Ook laatstgenoemde omstandigheid kan aanleiding geven tot het oordeel dat het besluit van het college in strijd is met artikel 44, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woningwet of niet berust op een deugdelijke motivering.