ECLI:NL:RVS:2010:BK8957
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- R.G.P. Oudenaller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen vrijstelling horecagebruik pand in Voorschoten
Het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten verleende op 6 maart 2009 een vrijstelling voor het gebruik van een pand voor horecadoeleinden. Appellanten maakten hiertegen bezwaar en stelden zienswijzen in, maar deze werden niet tijdig ingediend volgens de voorzieningenrechter, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
Appellanten stelden dat de zienswijzen wel tijdig waren ingediend en dat het college en vergunninghouder dit ook zo hadden geaccepteerd. De voorzieningenrechter zou hierdoor buiten het geschil zijn getreden. Dit betoog werd verworpen omdat de ontvankelijkheid ambtshalve onderzocht moest worden en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
De Raad van State oordeelde dat de zienswijzen na afloop van de termijn werden ingediend, dat sluiting van het gemeentehuis op de laatste dag geen verschoonbare reden was en dat appellanten geen bewijs leverden van tijdige ter post bezorging. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk en werd de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
De inhoudelijke beoordeling van het vrijstellingsbesluit bleef buiten beschouwing omdat het beroep niet-ontvankelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het vrijstellingsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van zienswijzen.