Uitspraak
200200065/1en van 27 mei 2009 in zaak nr.
200806124/1) kan op een verzoek om schadevergoeding in de zin van artikel 49 van Pro de WRO eerst inhoudelijk worden beslist na de datum van onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit. Zoals de Afdeling evenzeer eerder heeft overwogen (uitspraak van 24 maart 2004 in zaak nr.
200303721/1), volgt uit artikel 49, vijfde lid, van de Woningwet dat voor zover vrijstelling is vereist teneinde bouwvergunning voor een project te kunnen verlenen, de beslissing op het vrijstellingsverzoek niet zelfstandig appellabel is. Daartegen kan worden opgekomen in het kader van een beslissing op een voor dat project ingediende bouwaanvraag. Dat betekent dat nu - naar tussen partijen niet in geschil is - ten tijde van het besluit op bezwaar nog geen bouwaanvragen waren ingediend, geen sprake is van een onherroepelijk geworden planologische maatregel. Op het verzoek tot vergoeding van de door [appellant] gestelde schade kon derhalve (nog) niet inhoudelijk worden beslist. Het betoog faalt.