ECLI:NL:RVS:2009:BK7457
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
CBR niet bevoegd om onderzoek rijgeschiktheid op te leggen zonder voldoende bewijs bestuurder
De zaak betreft een hoger beroep van het CBR tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit van het CBR vernietigde om betrokkene te verplichten deel te nemen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid.
Het CBR baseerde het besluit op een schriftelijke mededeling van de politie dat betrokkene een ademalcoholgehalte van 820 µg/l had bij een aanhouding op 22 september 2008. Het CBR stelde dat betrokkene bestuurder was van een motorrijtuig, maar dit was niet door de politieagenten zelf waargenomen. Twee getuigen wezen betrokkene aan als bestuurder, maar hun verklaringen verschilden op cruciale punten en waren onvoldoende concreet.
De Afdeling oordeelde dat het vermoeden van het CBR niet gebaseerd was op feiten en omstandigheden zoals vereist in de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid. Ook de officier van Justitie had de strafzaak geseponeerd wegens gebrek aan bewijs dat betrokkene bestuurder was geweest.
De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de voorzieningenrechter dat het CBR niet bevoegd was het onderzoek op te leggen. Het hoger beroep van het CBR werd ongegrond verklaard en het CBR werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CBR wordt ongegrond verklaard en het besluit tot onderzoek rijgeschiktheid wordt vernietigd.