Uitspraak
200800761/1), nodig dat aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Met de voorzieningenrechter wordt geoordeeld dat [appellant] gesteld noch aannemelijk heeft gemaakt dat namens de burgemeester concrete toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon waar [appellant] een gerechtvaardigd vertrouwen aan heeft mogen ontlenen dat de vergunning zou worden verleend.
200608843/1niet dat pas na het verstrijken van een bepaalde tijd niet meer kan worden gesproken van een horecaonderneming. Na de sluiting van het horecabedrijf [naam] op 1 maart 2009 door de voormalige exploitant was evenals in zijn geval de exploitatie van dit horecabedrijf geëindigd. Nu hij zijn vergunningaanvraag op 10 november 2008, en daarmee eerder dan de nieuwe exploitanten van [naam horecabedrijf], heeft ingediend, had niet aan die exploitanten maar aan hem een vergunning moeten worden verleend, aldus [appellant]. Door evenwel een vergunning te verlenen voor[naam horecabedrijf] heeft de burgemeester volgens hem gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel.