ECLI:NL:RVS:2009:BK7187
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Voortzetting vreemdelingenbewaring ondanks langdurige detentie en gebrek aan medewerking
De vreemdeling is ongewenst verklaard vanwege criminele veroordelingen en heeft de rechtsplicht Nederland te verlaten. Ondanks meerdere vertrekgesprekken heeft hij geen originele documenten overgelegd en geen contact gezocht met de Marokkaanse autoriteiten om zijn identiteit te bevestigen. De rechtbank oordeelde dat er geen zicht op uitzetting was en hief de bewaring op, maar de staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Raad van State overweegt dat het ontbreken van volledige medewerking en het feit dat de vreemdeling criminele antecedenten heeft, samen met de ongewenstverklaring, rechtvaardigen dat de bewaring wordt voortgezet. Ook al heeft de vreemdeling meer dan twaalf maanden onafgebroken in vreemdelingenrechtelijke en strafrechtelijke detentie gezeten, is er geen reden om aan te nemen dat er geen reëel zicht op uitzetting bestaat.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af. De belangenafweging van de staatssecretaris wordt als redelijk beoordeeld.
Uitkomst: De Raad van State oordeelt dat voortzetting van de vreemdelingenbewaring gerechtvaardigd is en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.