Uitspraak
200704906/1) wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200704914/1) leidt de omstandigheid dat de werkgever zich voorafgaand aan de tewerkstelling van de vreemdelingen ervan heeft vergewist dat deze met eenmanszaken in het handelsregister stonden ingeschreven en over btw-nummers beschikten, niet tot matiging van de opgelegde boete. Dat [appellant] voorafgaand aan het verstrekken van de opdracht de identiteit van de vreemdelingen heeft gecontroleerd, van hun paspoorten kopieën heeft gemaakt, met hen gemaakte afspraken schriftelijk heeft vastgelegd en geld heeft overgemaakt op de rekening van de vreemdelingen, is daarvoor evenzeer onvoldoende. Niet is gebleken dat [appellant] zich tot de ter zake van tewerkstellingsvergunningen bevoegde instantie, de Centrale organisatie werk en inkomen, heeft gewend teneinde meer zekerheid te krijgen over de vraag of de vreemdelingen gegeven hun arbeidsrelatie met [vreemdeling 3] niettemin als zelfstandigen konden worden beschouwd voor wie de tewerkstellingsvergunningplicht niet gold. De stelling van [appellant], dat de vreemdelingen onder eigen verantwoordelijkheid werkten, wordt, gezien hetgeen onder 2.5.2. is overwogen, niet gevolgd en leidt dan ook niet tot matiging van de opgelegde boete. De rechtbank heeft terecht overwogen dat geen sprake is van het volledig ontbreken van dan wel een verminderde mate van verwijtbaarheid die aanleiding geeft de opgelegde boete te matigen.