ECLI:NL:RVS:2009:BK6755
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.J.M. Schuyt
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bouwvergunning voor recreatieverblijf te Rucphen
Het college van burgemeester en wethouders van Rucphen verleende op 2 januari 2008 aan appellant sub 2 een bouwvergunning voor het oprichten van een recreatieverblijf op een kavel in Rucphen. Appellanten sub 1 maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellanten sub 1 gegrond en vernietigde het besluit, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
Tijdens de procedure stelde appellant sub 2 dat het recreatieverblijf inmiddels was verwijderd, wat door het college werd bevestigd met fotobewijs. Gezien het feit dat de vergunning was verleend voor het realiseren van het specifieke bouwplan en het bouwwerk niet meer aanwezig was, oordeelde de Afdeling dat appellanten sub 1 geen belang meer hadden bij hun beroep. Daarom werd het beroep van appellanten sub 1 niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van appellant sub 2 gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank Breda en het besluit van 21 juli 2009 van het college. Tevens werd het door appellant sub 2 betaalde griffierecht terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellanten sub 1 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang; het hoger beroep van appellant sub 2 wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak en besluiten worden vernietigd.