ECLI:NL:RVS:2009:BK6723
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering afgifte Verklaring Omtrent het Gedrag voor functie parkeercontroleur
Appellant verzocht om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor de functie van parkeercontroleur. De minister van Justitie weigerde deze op grond van eerdere justitiële gegevens, waaronder transacties voor stalking en diefstal, die volgens het beleid een risico vormen voor de samenleving en de uitoefening van de functie kunnen belemmeren.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de minister ten onrechte het functieaspect 'Geld' had betrokken bij de beoordeling, dat de transacties geen schuldvaststelling betekenen en dat de kans op recidive gering is, mede omdat hij sinds 2007 niet meer met justitie in aanraking is gekomen.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht het functieaspect 'Geld' heeft betrokken, dat de transacties wel degelijk in de beoordeling mogen worden meegenomen en dat de minister de kans op recidive niet onjuist heeft beoordeeld. Ook achtte de Raad het niet onredelijk dat de minister de omstandigheden van appellant, zoals zijn leeftijd en financiële onafhankelijkheid, niet zwaar genoeg vond om tot afgifte van de VOG te besluiten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; weigering VOG bevestigd wegens justitiële antecedenten en risico voor functie.