Uitspraak
200708171/1/R1blijkt dat het college goedkeuring heeft onthouden aan de aanduiding "afvalsorteerbedrijf toegestaan (as)" op de plankaart en aan de zinsnede "een afvalsorteerbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'afvalsorteerbedrijf toegestaan'" in artikel 5, lid A, onder 1, aanhef en onder e, van de planvoorschriften, behorende bij het door de raad van de gemeente Haaksbergen bij besluit van 21 maart 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Industrie-West 2003". Uit de uitspraak blijkt voorts dat het college het op zichzelf aanvaardbaar acht dat het ter plaatse bestaande afvalsorteerbedrijf als zodanig wordt bestemd, maar dat het zich op het standpunt stelt dat de bedrijfsactiviteiten ten onrechte niet nader zijn begrensd in de planvoorschriften. Bij de genoemde uitspraak is het besluit van het college op dit punt in stand gebleven. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is weliswaar niet gebleken dat reeds een nieuw bestemmingsplan is vastgesteld waarbij de door het college gewenste beperking in de planvoorschriften is opgenomen, maar uit die stukken en het verhandelde ter zitting kan wel worden afgeleid dat, nadat op 30 juni 2009 door het college een verklaring van geen bezwaar was verleend, ten behoeve van de bouw van een nieuwe bedrijfshal op het perceel [locatie 1] inmiddels vrijstelling van het bestemmingsplan is verleend alsmede een bouwvergunning. Naar het oordeel van de voorzitter kan hieruit en uit de omstandigheid dat het college van burgemeester en wethouders ter zitting niet heeft gesteld dat niet verder zal worden meegewerkt aan legalisering van de onderhavige inrichting, worden afgeleid dat het de bedoeling is om de inrichting te legaliseren. Gelet hierop is er geen grond voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat de vergunning niet krachtens artikel 8.10, derde lid, van de Wet milieubeheer geweigerd behoefde te worden. De voorzitter ziet hierin dan ook geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
200708171/1/R1de voorlopige voorziening is getroffen dat de zone zoals die is vastgesteld bij het besluit van de raad van de gemeente Haaksbergen van 21 maart 2007 geldt tot de inwerkingtreding van de nieuw vast te stellen zone, heeft het college in dit geval bezien of na vergunningverlening de grenswaarde van die zone en de ter plaatse van woningen in die zone geldende hogere geluidgrenswaarden niet worden overschreden. Op grond van een advies van de zonebeheerder van 12 juni 2009 is de conclusie getrokken dat de geluidbelasting vanwege de inrichting inpasbaar is in de zone. Voorts heeft het college voorschriften aan de vergunning verbonden ter voorkoming en beperking van geluidhinder. [verzoeker] en anderen hebben niet inzichtelijk gemaakt waarom de conclusie over de inpasbaarheid in de zone niet juist zou zijn of waarom de aan de vergunning verbonden voorschriften volgens hen geen toereikende bescherming bieden tegen geluidhinder. De voorzitter ziet ook in zoverre geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.