ECLI:NL:RVS:2009:BK5028
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen besluiten dwangsommen wegens termijnoverschrijding
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft op 3 augustus 2009 aan drie verzoekers lasten onder dwangsom opgelegd. Deze besluiten zijn aangetekend verzonden naar een adres dat volgens het college correct was, omdat verzoekers in hun zienswijze van 8 april 2009 dat adres hadden opgegeven. Pas op 25 september 2009 gaven verzoekers een ander kantooradres door.
De bezwaartermijn van zes weken vangt aan op de dag na de correcte bekendmaking, hier 6 augustus 2009, en liep af op 17 september 2009. Verzoekers dienden hun bezwaar pas op 22 september 2009 in, na het verstrijken van de termijn. Hoewel verzoekers stelden dat de besluiten niet op de juiste wijze bekend zijn gemaakt en dat geen afschriften aan hun gemachtigde zijn verzonden, oordeelt de Raad van State dat het college terecht van het opgegeven adres is uitgegaan en dat de termijn niet verschoonbaar is.
Daarom verklaart de voorzitter het bezwaar niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 november 2009.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de besluiten van 3 augustus 2009 is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.