ECLI:NL:RVS:2009:BK4690
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over uitzetting Soedanese vreemdeling en weigering schadevergoeding
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de bewaring van een Soedanese vreemdeling opheefde en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris voerde aan dat uitzetting naar Soedan wel mogelijk is via een procedure waarbij een EU-staat als reisdocument wordt gebruikt en toegang tot Soedan wordt verkregen op basis van een nationaliteitsverklaring van de Soedanese autoriteiten. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat geen concreet zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht mocht aannemen dat Soedan toegang verleent op basis van de nationaliteitsverklaring, en dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met dit onderscheid tussen het EU-document en de nationaliteitsverklaring. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De Afdeling benadrukte dat de overige beroepsgronden van de vreemdeling die door de rechtbank waren beoordeeld, niet in hoger beroep aan de orde waren gesteld en daarom buiten beschouwing bleven. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.