ECLI:NL:RVS:2009:BK4688
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inbewaringstelling vreemdeling wegens frustratie identiteit en uitzettingsgevaar
De vreemdeling werd op 15 september 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het vermoeden dat hij zich aan zijn uitzetting zou onttrekken en het frustreren van de vaststelling van zijn identiteit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State bevestigde dat de eerdere problemen bij het vervaardigen van een dactyloscopisch signalement aan de vreemdeling zijn toe te rekenen, mede omdat hij zijn vingertoppen beschadigde. Hierdoor werd vermoed dat hij een verblijf in een andere lidstaat verzweeg, wat het risico vergroot dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
De Raad oordeelde dat de staatssecretaris terecht aan de inbewaringstelling ten grondslag heeft gelegd dat de vreemdeling de vaststelling van zijn identiteit heeft gefrustreerd en dat dit voldoende is om de maatregel van bewaring te rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de inbewaringstelling van de vreemdeling wegens frustratie van de identiteit vaststelling en het gevaar van onttrekking aan uitzetting.