ECLI:NL:RVS:2009:BK4355
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 2 maart 2007 een boete van €16.000,- op aan een bedrijf wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde een voormalig vennoot hoger beroep in bij de Raad van State.
Het boeterapport van 11 december 2006 toonde aan dat twee vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtten in het restaurant van het bedrijf, gekleed in bedrijfskleding met vetvlekken, wat duidde op daadwerkelijke arbeid. De appellant voerde aan dat de arbeid niet structureel was en dat sprake was van een vriendendienst, en betoogde dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met het gelijkheidsbeginsel en artikel 6 EVRM Pro.
De Raad van State oordeelde dat het boeterapport voldoende grondslag bood om te concluderen dat de vreemdelingen arbeid verrichtten ten behoeve van het bedrijf als werkgever in de zin van de Wav. De aangevoerde bijzondere omstandigheden rechtvaardigden geen matiging van de boete, omdat het bedrijf geen maatregelen had getroffen om de overtreding te voorkomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000,- voor het laten werken van vreemdelingen zonder vergunning.