ECLI:NL:RVS:2009:BK4343
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.M. Woestenburg-Bertels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 24 januari 2008 een boete van €4.000 op aan een tuinbouwbedrijf wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze boete werd gehandhaafd na bezwaar en beroep bij de voorzieningenrechter, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
Uit het boeterapport van de Arbeidsinspectie bleek dat een Roemeense vreemdeling op 12 juni 2007 zonder geldige tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtte in een aspergeveld, en dat zij verklaarde voor het tuinbouwbedrijf te werken. De appellant voerde aan dat de vreemdeling voor haar partner werkte en niet voor haar, maar dit werd niet als voldoende tegenbewijs erkend.
De Raad van State oordeelde dat de verklaring van de vreemdeling, ondertekend en afgenomen met tolk, overtuigend was en dat het tuinbouwbedrijf als werkgever in de zin van de Wav moest worden aangemerkt. Ook het beroep op een slechte financiële situatie werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing met stukken.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter, waarmee de boete van €4.000 gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De boete van €4.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd.