Uitspraak
200510212/1, BR 2006, p. 1027), hoeft tijdelijke waardevermindering van een woning in beginsel niet te worden vergoed.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer wees het verzoek van wederpartijen om schadevergoeding af wegens het niet tijdig handhaven van het bestemmingsplan dat het houden van bijen op een perceel verbiedt. Wederpartijen stelden dat zij schade hadden geleden door bijenoverlast, waardevermindering van hun onroerend goed en gemaakte schoonmaakkosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van wederpartijen gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had beslist over de causaliteit en aannemelijkheid van de schade.
De Afdeling stelde vast dat het houden van bijen in strijd met het bestemmingsplan plaatsvond en dat het college niet tijdig handhavend had opgetreden. Echter, wederpartijen hadden onvoldoende bewijs geleverd van een rechtstreeks causaal verband tussen het niet tijdig handhaven en de gestelde schade. Ook was de waardevermindering tijdelijk en daarmee niet duurzaam.
Verder oordeelde de Afdeling dat het verzoek om vergoeding van immateriële schade terecht was afgewezen omdat niet was aangetoond dat wederpartijen in hun persoon waren aangetast. Proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen omdat daarvoor exclusief de bestuursrechter bevoegd is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van wederpartijen ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van wederpartijen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.