ECLI:NL:RVS:2009:BK3635
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- T. van Goeverden-Clarenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling voor uitbreiding niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Grave weigerde vrijstelling te verlenen aan appellant voor het gebruik van percelen met een oppervlakte van 2.580,45 m² voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan en het streekplan Noord-Brabant 2002.
Appellant exploiteert een grondverzet-, sloop- en transportbedrijf en wenste uitbreiding van zijn bedrijf op gronden bestemd als agrarisch gebied. Het college baseerde de weigering mede op het standpunt van gedeputeerde staten die geen medewerking wilden verlenen aan een verdere uitbreiding, conform het streekplan dat een maximale uitbreiding van 15% bebouwingsoppervlak toestaat voor dergelijke bedrijven.
Appellant voerde aan dat zijn verzoek alleen betrekking had op uitbreiding van het bestemmingsoppervlak en niet van het bebouwingsoppervlak, en deed een beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De Raad van State oordeelde dat het streekplan uitbreiding van het bestemmingsvlak niet toestaat en dat appellant geen concrete toezeggingen kon aantonen waarop hij vertrouwen kon baseren. Ook was het beroep op het gelijkheidsbeginsel onvoldoende gespecificeerd.
De Raad van State concludeerde dat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten geen vrijstelling te verlenen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het college om vrijstelling te verlenen voor uitbreiding van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in agrarisch gebied.