ECLI:NL:RVS:2009:BK3609
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vergunningvoorschriften geluidregistratie spoorwegemplacement Oss Elzenburg
Het college van burgemeester en wethouders van Oss verleende aan ProRail een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van het spoorwegemplacement 'Oss Elzenburg'. ProRail stelde beroep in tegen de aan de vergunning verbonden voorschriften 2.1.3 en 2.1.4, die registratie en inzage van akoestisch relevante activiteiten verplichten.
ProRail betoogde dat het college geen juiste wettelijke grondslag had voor deze voorschriften, dat ze niet noodzakelijk zijn voor milieubescherming, en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat vergelijkbare vergunningen geen dergelijke registratie vereisten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat voorschrift 2.1.2 als een voorschrift op grond van artikel 8.12 Wm moet worden gezien, en voorschriften 2.1.3 en 2.1.4 deels controlevoorschriften zijn en deels voorschriften op grond van artikel 8.13 Wm.
De Afdeling verwierp het betoog dat deze voorschriften niet gelijktijdig op beide wetsartikelen kunnen steunen. Ook achtte zij de registratie noodzakelijk omdat ProRail had verzocht het akoestisch rapport niet in de vergunning op te nemen, waardoor controle via registratie noodzakelijk was. De Afdeling vond geen schending van het gelijkheidsbeginsel en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van ProRail tegen de geluidregistratievoorschriften bij de vergunning voor het spoorwegemplacement Oss Elzenburg wordt ongegrond verklaard.