ECLI:NL:RVS:2009:BK2947
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P.A.M.J. Graat
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ontheffing aanleg uitweg wegens verkeersveiligheid
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft op 13 februari 2008 een aanvraag van appellante om ontheffing te verlenen voor het aanleggen van een uitweg vanaf haar perceel naar de Kanaaldijk afgewezen. Het bezwaar hiertegen werd op 24 juni 2008 ongegrond verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage heeft het beroep van appellante tegen deze besluiten eveneens ongegrond verklaard op 2 april 2009.
Appellante stelde dat de gevraagde uitweg veiliger zou zijn dan de bestaande uitwegen en dat ook economische belangen en het gebruik van het perceel meegewogen moesten worden. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat het provinciale verkeersveiligheidsbeleid, dat het aantal uitwegen naar een gebiedsontsluitingsweg zoveel mogelijk gelijk wil houden, leidend is. De aanleg van een extra uitweg zou dit beleid schenden en de verkeersveiligheid in gevaar brengen.
De Raad van State bevestigde dat het college terecht het belang van de verkeersveiligheid en de instandhouding van de weg als grondslag voor de weigering heeft genomen. De overige door appellante aangevoerde belangen konden niet tot een ander oordeel leiden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de ontheffing voor het aanleggen van de uitweg bevestigd.