ECLI:NL:RVS:2009:BK2924
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P.A.M.J. Graat
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering afgifte Verklaring Omtrent het Gedrag wegens eerdere veroordelingen
Appellant verzocht om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor een functie bij Kredietwijzer Nederland. De minister van Justitie wees dit verzoek af op grond van eerdere veroordelingen, waaronder medeplichtigheid aan overtreding van de Opiumwet en zedendelicten uit 1992 en 1997. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat de minister terecht de weigering handhaafde, omdat de antecedenten, indien herhaald, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie waarvoor de VOG is gevraagd. De Raad benadrukte dat de beoordeling niet vereist dat recidive waarschijnlijk is, maar dat het gepleegde feit op zichzelf een belemmering vormt.
Appellant stelde dat het risico op recidive gering is en dat het weigeren van de VOG zijn kans op recidive juist vergroot, maar deze argumenten werden verworpen. De Raad bevestigde dat het terugkijken tot twintig jaar en het belang van de samenleving zwaarder wegen dan het individuele belang van appellant. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG vanwege eerdere veroordelingen die een belemmering vormen voor de functie.