ECLI:NL:RVS:2009:BK2265
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van opheffing vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan voortvarendheid bij overdracht Dublin-claimant
De vreemdeling werd op 14 juli 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld in het kader van de Dublin-verordening, omdat hij eerder in Denemarken verbleven had en een terugnameverzoek was ingediend. De staatssecretaris stelde dat de overdracht binnen veertien dagen zou zijn afgerond indien de bewaring niet was opgeheven. De rechtbank had echter geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarendheid had betracht bij de overdracht en de bewaring daarom opgeheven.
In hoger beroep stelde de staatssecretaris dat de gehanteerde werkwijze voor overdracht niet onredelijk was en dat de totale tijdsduur binnen de normen viel. De Raad van State oordeelde echter dat de staatssecretaris geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die het mogelijk maakten om af te wijken van het protocol en bepaalde handelingen sneller te verrichten. Met name was onduidelijk waarom het vertrekgesprek pas op de zevende dag van de bewaring plaatsvond.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €644,00 aan de vreemdeling. De uitspraak benadrukt het belang van voortvarendheid bij de overdracht van Dublin-claimanten en de noodzaak om het protocol strikt te volgen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de opheffing van de vreemdelingenbewaring bevestigd.