ECLI:NL:RVS:2009:BK2258
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verlenging verblijfsvergunning wegens ontbreken mvv
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, die het besluit van 13 maart 2008 vernietigde waarin de aanvraag van de vreemdeling tot wijziging en verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De vreemdeling had in de bezwaarprocedure aangevoerd dat hij naar school ging en zijn best deed, maar dit werd niet in verband gebracht met belangen die artikel 8 EVRM Pro beoogt te beschermen. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris het privéleven van de vreemdeling had moeten betrekken bij zijn besluit, en had het besluit vernietigd op grond van schending van artikel 8 EVRM Pro.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank deze rechtsvraag niet correct heeft beoordeeld. De staatssecretaris was niet gehouden om ambtshalve te toetsen aan artikel 8 EVRM Pro omdat de vreemdeling in de procedure geen relevante feiten of omstandigheden had aangevoerd die een schending van het privéleven aannemelijk maakten.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning blijft in stand.