ECLI:NL:RVS:2009:BK1966
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.G.C. Wiebenga
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening ontgronding Nijstad in overeenstemming met provinciaal beleid
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe verleende op 28 mei 2008 een vergunning aan A.A.M. Planontwikkeling BV voor het ontgronden van een terrein nabij Nijstad. De appellant stelde dat deze vergunning in strijd was met het provinciaal ruimtelijk beleid, de Ontgrondingenwet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, omdat geen integrale belangenafweging had plaatsgevonden en haar bedrijfsvoering in gevaar zou komen.
De Raad van State overwoog dat de vergunningverlening in overeenstemming is met het bestemmingsplan en het provinciaal ontgrondingenbeleid (POP II), waarin Nijstad is aangewezen als centrale zandwinplaats. Het college had het belang van de appellant meegewogen, maar hieraan geen doorslaggevende betekenis toegekend, mede omdat het ophoogzand binnen de regio in depot kan worden gezet.
De Raad van State vond geen aanleiding om te oordelen dat het college de belangen onvoldoende had meegewogen of dat het besluit in strijd was met het recht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor ontgronding nabij Nijstad wordt ongegrond verklaard.