ECLI:NL:RVS:2009:BK1964
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Lubberdink
- M.W. Wijers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling aanleg fiets- en voetpaden ondanks eigendomsbezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum verleende op 14 juli 2009 vrijstelling voor de aanleg van fiets- en voetpaden en het wijzigen van een kruising, maatregelen behorend tot het Integraal Bereikbaarheidsplan. Appellant, eigenaar van een perceel waarop de vrijstelling deels ziet, stelde dat de vrijstelling niet verleend had mogen worden vanwege een privaatrechtelijke belemmering, omdat onderhandelingen over aankoop van zijn grond waren gestaakt.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat nader onderzoek niet nodig was en dat de zaak direct kon worden behandeld.
De Raad van State overwoog dat de gemeente nog steeds de intentie heeft de benodigde grond te verwerven en dat er geen evidente privaatrechtelijke belemmering bestaat die het gebruik van de vrijstelling in de weg staat. Ook werd geoordeeld dat de Monumentenwet geen belemmering vormt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.