ECLI:NL:RVS:2009:BK1959
Raad van State
- Hoger beroep
- C.W. Mouton
- C.H.M. van Altena
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdheid RDW tot geldigheid kentekenbewijzen na diefstal
De directie van de Dienst Wegverkeer (RDW) had bij besluiten van 7 en 28 april 2008 bepaald dat de kentekenbewijzen van voertuigen die eerder wegens diefstal ongeldig waren verklaard, weer geldig werden verklaard en dat de tenaamstellingen in het kentekenregister herleefden. De rechtbank Maastricht vernietigde deze besluiten omdat de RDW niet bevoegd was deze te nemen, aangezien het vierde lid van artikel 58 WVW Pro 1994, dat deze bevoegdheid regelt, pas op 1 mei 2009 in werking trad.
De RDW stelde dat zij op grond van haar algemene bevoegdheid kentekenbewijzen af te geven en ongeldig te verklaren ook bevoegd was om deze weer geldig te verklaren en de tenaamstelling te doen herleven, zonder dat dit expliciet in de wet was geregeld. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierpen dit betoog, stellende dat de wet geen grondslag bood voor deze bevoegdheid vóór de invoering van het vierde lid van artikel 58.
De Afdeling benadrukte dat het herleven van tenaamstellingen en het geldig verklaren van kentekenbewijzen aanzienlijke gevolgen heeft, zoals het verplicht afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering en het betalen van belastingen. De wetgever had daarom expliciet deze bevoegdheid geregeld in de wijziging van 1 mei 2009. Het hoger beroep van de RDW werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De RDW werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij en tot betaling van griffierecht. De uitspraak werd openbaar gedaan op 4 november 2009.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de RDW niet bevoegd was om de kentekenbewijzen geldig te verklaren en de tenaamstellingen te doen herleven vóór 1 mei 2009.