ECLI:NL:RVS:2009:BK0810
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Konijnenbelt
- V. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving bouw illegale berging op perceel te Midden-Delfland
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland weigerde handhavend op te treden tegen een berging die zonder bouwvergunning op een perceel was gebouwd, in strijd met het geldende bestemmingsplan. Het perceel is mede-eigendom van appellanten die bezwaar maakten tegen deze weigering. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en de voorzieningenrechter bevestigde dit oordeel.
De appellanten stelden dat de civielrechtelijke belemmeringen de rechtskracht van het nieuwe bestemmingsplan zouden ondermijnen, waardoor het zicht op legalisatie niet concreet zou zijn. De Raad van State oordeelde echter dat het bestemmingsplan 'Kern Maasland 2008', waarin de bouw van de berging is toegestaan, was vastgesteld en dat er geen feiten of omstandigheden waren die de inwerkingtreding ervan in de weg stonden.
De privaatrechtelijke verhoudingen, zoals eigendomsrechten, zijn niet doorslaggevend voor de vaststelling van het bestemmingsplan, tenzij deze de realisering ervan binnen de planperiode onmogelijk maken. De Raad concludeerde dat het college in redelijkheid kon weigeren handhavend op te treden vanwege het concrete zicht op legalisatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot handhaving wordt bevestigd.