ECLI:NL:RVS:2009:BJ9931
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling op grond van Vreemdelingenwet 2000 en processtukken
De vreemdeling werd op 14 juli 2009 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de Slowaakse autoriteiten op 1 april 2009 een claim akkoord hadden afgegeven. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde dat het claim akkoord een essentieel processtuk was dat niet was overgelegd, waardoor de beginselen van fair play en goede procesorde waren geschonden. De Raad van State oordeelde dat het claim akkoord inderdaad een op de zaak betrekking hebbend stuk was dat de staatssecretaris had moeten overleggen.
Echter, aangezien het claim akkoord alsnog bij faxbericht van 8 september 2009 was overgelegd en de informatie van de staatssecretaris werd bevestigd, was er geen grond om te twijfelen aan het standpunt dat de noodzakelijke bescheiden voor terugkeer voorhanden waren. Daarom mocht de vreemdeling terecht in bewaring worden gesteld. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.