Uitspraak
200308500/1zag de Afdeling, onder meer in de omstandigheid dat het toenmalige bouwplan een vermindering van daglichttoetreding in de keuken van [wederpartij] met zich bracht van meer dan 50%, aanleiding voor het oordeel dat sprake was van onredelijke hinder als bedoeld in artikel 5:50, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en heeft de Afdeling het besluit op bezwaar van 21 augustus 2003 vernietigd.
200604465/1 en 200604465/2), is voor het oordeel door de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van vrijstelling in de weg staat, slechts aanleiding, wanneer zo'n belemmering een evident karakter heeft, nu de burgerlijke rechter de eerst aangewezene is om die vraag te beantwoorden.