Uitspraak
200508688/1, dat het bestaan van een overeengekomen optierecht niet voldoende is om te kunnen spreken van een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang. Het beroep van [appellant sub 1] en anderen is derhalve niet-ontvankelijk, voor zover het is ingesteld door BAM, Heijmans en [partij].
200607283/1, geldt als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan een veranderde omgeving, als een opzettelijke verontrusting in de zin van artikel 10 van Pro de Ffw moet worden aangemerkt. In dit licht hebben [appellant sub 1] en anderen met hun enkele stelling niet onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat de uitvoering van het plan zonder meer zal leiden tot opzettelijke verontrusting van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger.