Uitspraak
200900137/1, ter zitting behandeld op 20 augustus 2008, waar [appellant] en anderen, in de persoon van [appellant], bijgestaan door mr. N.A. van Renssen, advocaat te Utrecht, en het college, vertegenwoordigd door N.K.J. Wiggers, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
200304736/1) geeft een beschrijving in hoofdlijnen de wijze weer waarop de doeleinden van het bestemmingsplan worden gerealiseerd. Weliswaar is een beschrijving in hoofdlijnen - mits duidelijk en concreet geformuleerd - in beginsel geschikt om als aanvullend toetsingskader voor bouwaanvragen te dienen, doch een dergelijke toetsing kan er niet toe leiden dat een concreet bebouwingsvoorschrift uit het bestemmingsplan opzij gezet wordt. Nu het bouwplan wat de hoogte betreft, behoudens ter plaatse van de bestaande luifel, in overeenstemming is met de in artikel 6 van Pro de planvoorschriften neergelegde bebouwingsvoorschriften, die, anders dan [appellant] en anderen aanvoeren, duidelijk en concreet zijn, heeft de rechtbank terecht niet de betekenis aan de in artikel 4 opgenomen Pro beschrijving in hoofdlijnen toegekend die [appellant] en anderen hebben bepleit, nog daargelaten of deze voldoende duidelijk en concreet is geformuleerd om als aanvullend toetsingskader te kunnen dienen. De stelling dat uit een inmiddels genomen voorbereidingsbesluit voor de wijk Couwenhoven 90 blijkt dat de raad van de gemeente Zeist van oordeel is dat de beschrijving in hoofdlijnen niet ter zijde kan worden gesteld door de bouwvoorschriften van artikel 6 maakt Pro dat niet anders, nu, voor zover de raad dat oordeel al zou zijn toegedaan, daarbij ten onrechte voorbij zou worden gegaan aan de hiervoor vermelde vaste jurisprudentie van de Afdeling. Voor zover [appellant] en anderen een beroep doen op de toelichting op het bestemmingsplan, leidt dat evenmin tot het beoogde doel, nu deze, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 16 februari 2005 in zaak nr.
200404104/1), geen deel uitmaakt van het bestemmingsplan. Daaraan komt op zichzelf dan ook geen bindende betekenis toe.
200804977/1) mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria. Ook laatstgenoemde omstandigheid kan aanleiding geven tot het oordeel dat het besluit van het college in strijd is met artikel 44, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woningwet of niet berust op een deugdelijke motivering. Dit neemt echter niet weg dat een welstandsnota criteria kan bevatten die zich naar hun aard beter lenen voor beoordeling door een deskundige dan voor beoordeling door een aanvrager of derde-belanghebbende.