ECLI:NL:RVS:2009:BJ8904
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring vreemdeling na toetsing hoger beroep
De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft de vreemdeling bij besluit van 30 november 2006 ongewenst verklaard. De staatssecretaris van Justitie heeft het bezwaar van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond verklaard. De rechtbank ’s-Gravenhage heeft het beroep van de vreemdeling eveneens ongegrond verklaard.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de zitting op 10 juni 2009 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de zaak behandeld, waarbij ook informatie is verstrekt door een medewerker van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De vreemdeling voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het algemeen ambtsbericht inzake de veiligheidsdiensten in communistisch Afghanistan als juist heeft aangenomen, ondanks een nieuw UNHCR-rapport. De Afdeling heeft deze klacht onderzocht en verwees naar een gelijktijdige uitspraak waarin deze rechtsvraag is beantwoord. De Afdeling concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 24 september 2009 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.