Uitspraak
200706936/1is volgens hem onjuist. Het ging in die zaak om toepassing van de Beleidsregels gehandicaptenparkeren ten behoeve van het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerplaats en de daaraan gekoppelde inherente afwijkingsbevoegdheid van het college. Die regels zijn in dit geval niet van toepassing. Het in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling neergelegde criterium is beperkter en ziet op de individuele aanvrager en niet op diens familieomstandigheden. De gehandicaptenparkeerkaart is persoonsgebonden en de aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de medische gesteldheid van het desbetreffende individu, zodat niet van belang is dat ook de broer van de zoon gehandicapt is, aldus het college.
200206449/1), volgt uit deze bepaling en de toelichting daarop niet dat bij andere dan lichamelijke beperkingen afgifte van een gehandicaptenparkeerkaart uitgesloten is.