Uitspraak
200804210/1 en 200804210/4.
Raad van State
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de weigering van de raad voor rechtsbijstand om een toevoeging te verlenen voor rechtsbijstand bij de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst. De raad had de aanvraag afgewezen omdat appellant al een toevoeging had voor een procedure over ontslag op staande voet, en meende dat het om hetzelfde rechtsbelang ging.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing, maar appellant stelde dat er sprake was van verschillende rechtsbelangen en procedures, waardoor meerdere toevoegingen gerechtvaardigd zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel de ontslagprocedure en ontbindingsprocedure nauw verweven zijn, er feitelijk twee verschillende procedures aan de gang waren.
De raad had ten onrechte aangenomen dat slechts één procedure bestond ten tijde van de aanvraag, terwijl er al een loonvorderingsprocedure liep. Hierdoor was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde de raad tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de raad voor rechtsbijstand wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard met vergoeding van proceskosten en griffierecht.