ECLI:NL:RVS:2009:BJ7176

Raad van State

Datum uitspraak
3 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200902579/2/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.J. Hoekstra
  • R.E.A. Matulewicz
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Laag Spul Hilvarenbeek

Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft op 17 februari 2009 het bestemmingsplan 'Ruimte voor Ruimte Laag Spul Hilvarenbeek' goedgekeurd, vastgesteld door de gemeenteraad van Hilvarenbeek op 3 juli 2008. Verzoekers, wonend nabij het plangebied, hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

Zij vrezen dat de nieuwe ontsluiting van de woonwijk met 32 woningen een sluiproute voor landbouwverkeer door de wijk Molenakkers zal creëren en betogen dat de Ruimte voor Ruimteregeling onjuist is toegepast. Tijdens de zitting bleek dat in koopovereenkomsten is vastgelegd dat geen bouwvergunningen kunnen worden aangevraagd zolang de bodemprocedure loopt en dat geen voorbereidende werkzaamheden plaatsvinden.

De voorzitter oordeelt dat hierdoor geen spoedeisend belang aanwezig is dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 3 september 2009 door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

200902579/2/R2.
Datum uitspraak: 3 september 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 17 februari 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Hilvarenbeek (hierna: de raad) bij besluit van 3 juli 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Ruimte voor Ruimte Laag Spul Hilvarenbeek" (hierna: het plan).
Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 april 2009, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 april 2009, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 augustus 2009.
Ter zitting zijn als partij gehoord de raad, vertegenwoordigd door ir. M.L.W. Mulders, ambtenaar in dienst van de gemeente, en de commanditaire vennootschap Ruimte voor Ruimte C.V., vertegenwoordigd door C.J.M. Swart.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plangebied ligt ten zuiden van de kern Hilvarenbeek, direct grenzend aan het bebouwde deel van de wijk Molenakkers. [verzoekers] wonen in de directe omgeving van het plangebied. Het plan voorziet onder meer in een woonwijk met 32 woningen en een ontsluiting op de Godfried Bomanslaan.
2.3. [verzoekers] richten zich met hun verzoek tegen de bij het bestreden besluit gegeven goedkeuring van het plan omdat zij vrezen dat door de nieuwe ontsluiting een sluiproute voor landbouwverkeer door de wijk Molenakkers zal ontstaan. Ook betogen zij dat de Ruimte voor Ruimteregeling onjuist is toegepast.
2.4. Ter zitting is gebleken dat in de koopovereenkomsten voor de binnen het plangebied gelegen kavels een bepaling wordt opgenomen dat in afwachting van de lopende bodemprocedure geen aanvragen voor een bouwvergunning mogen worden ingediend. De raad heeft hier ter zitting aan toegevoegd dat er ook daadwerkelijk geen aanvragen zijn ingediend en dat er geen voorbereidende werkzaamheden zullen worden verricht. Gelet hierop is met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek dient te worden afgewezen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van Staat.
w.g. Hoekstra w.g. Matulewicz
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2009
45-545.