Uitspraak
200703194/1, vernietigd.
Raad van State
Bij besluit van 17 juli 2006 stelde de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vast voor woningen en andere geluidgevoelige gebouwen langs het spoortraject in Bergen op Zoom. Tevens werden maatregelen vastgesteld om de geluidbelasting te verminderen, waaronder tijdelijke beperkingen op het goederenvervoer (artikel 3). Na bezwaren besloot de minister op 21 november 2008 gedeeltelijk herroeping van het besluit, waarbij artikelen 1 en 2 werden herroepen, maar artikel 3 niet Pro.
ProRail stelde dat artikel 3 ook Pro herroepen had moeten worden omdat het zonder artikelen 1 en 2 geen zelfstandige betekenis meer heeft. De minister verdedigde het standpunt dat artikel 3 aanvullende Pro maatregelen betreft en niet op hetzelfde akoestisch onderzoek is gebaseerd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat artikel 3 zonder Pro de andere artikelen geen zelfstandige betekenis heeft en dat het niet herroepen daarvan onjuist is.
De Afdeling verklaarde het beroep van ProRail gegrond, vernietigde het besluit van 21 november 2008 voor zover artikel 3 niet Pro was herroepen, en herroept artikel 3 van Pro het primaire besluit. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan ProRail. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het beroep van ProRail wordt gegrond verklaard en artikel 3 van het primaire besluit wordt herroepen.