ECLI:NL:RVS:2009:BJ6056
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- G.N. Roes
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning mestvergistingsinstallatie wegens onduidelijkheid opslagvoorschrift
Het college van burgemeester en wethouders van Leek verleende op 24 juni 2008 een milieuvergunning voor het oprichten en exploiteren van een melkrundveehouderij met een mestvergistingsinstallatie. Appellanten maakten bezwaar tegen het besluit en stelden onder meer dat het college niet bevoegd was, dat het geluid en geurhinder zou veroorzaken, en dat de opslag van co-stromen onacceptabel was.
De Raad van State oordeelde dat appellanten niet-ontvankelijk waren in hun beroep voor een aantal milieubelastende aspecten omdat zij hierover geen zienswijzen hadden ingebracht. De bevoegdheid van het college werd bevestigd, aangezien de drempelwaarden voor gedeputeerde staten niet werden overschreden. Het akoestisch rapport werd als betrouwbaar beschouwd en het geluid van verkeer werd als acceptabel beoordeeld.
Ten aanzien van geurhinder stelde de Afdeling dat de afstand tot geurgevoelige objecten voldeed aan de wettelijke eisen en dat de mestvergistingsinstallatie gesloten is, waardoor geuruitstoot beperkt blijft. Wel werd geoordeeld dat het voorschrift over de opslag van co-stromen onduidelijk was geformuleerd, wat strijdig is met het zorgvuldigheidsbeginsel, en daarom werd dit voorschrift vernietigd.
Andere bezwaren, zoals brand- en explosiegevaar en de locatie van de inrichting, werden ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 26 augustus 2009.
Uitkomst: Het voorschrift over de opslag van co-stromen wordt vernietigd, overige bezwaren worden ongegrond verklaard of niet-ontvankelijk.