Uitspraak
200506722/1, wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing dient te worden gelaten.
200602240/1, kan daarbij worden uitgegaan van de dichtstbijzijnde ventilatoruitlaat van de nertsenstal als het dichtstbijzijnde emissiepunt, indien het mechanisch ventilatiesysteem in staat is te waarborgen dat geen grote hoeveelheid stankdragende lucht door andere openingen dan de ventilatoruitlaat zal uittreden.
200602240/1. Het college heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat het vanwege het ontbreken van een verspreidingsmodel ten tijde van het besluit van 10 juni 2008 onmogelijk was om een berekening te maken van de verspreiding van zwevende deeltjes in de omgeving van de inrichting. In aanmerking genomen voorts dat het college ter zitting heeft verklaard dat de heersende jaargemiddelde concentratie van zwevende deeltjes in de omgeving van de inrichting 29,5 in plaats van 23 microgram per m3 bedraagt, moet worden geoordeeld dat het college bij de voorbereiding van het besluit van 10 juni 2008 niet op deugdelijke wijze heeft onderzocht of vergunningverlening in overeenstemming is met titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Het besluit van 10 juni 2008 is in zoverre in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb. De door het college ter zitting genoemde indicatieve berekening kan hieraan niet afdoen, reeds omdat deze berekening niet is overgelegd. Deze grond slaagt.