ECLI:NL:RVS:2009:BJ5550
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot aanwijzing gemeentelijk monument voor schuur
Het college van burgemeester en wethouders van Eibergen heeft op 21 oktober 2004 het verzoek van appellant om een schuur op zijn perceel in de gemeente op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen, afgewezen. Dit besluit werd door het college van Berkelland bevestigd na bezwaar en door de rechtbank Zutphen ongegrond verklaard in een uitspraak van 6 januari 2009.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college hem niet heeft gehoord over een aanvullend advies van de monumentencommissie en een intern gemeentelijk stuk, waardoor zijn belangen zijn geschaad. De Raad van State oordeelde dat deze stukken slechts verduidelijking gaven en geen nieuwe feiten waren die een hoorplicht zouden veroorzaken. Ook was het college niet verplicht appellant de gelegenheid te geven hierop te reageren.
Verder betoogde appellant dat de rechtbank onjuiste feiten had aangenomen over de bouwgeschiedenis van de schuur en dat het bouwwerk authentiek was. De Raad van State volgde dit niet, omdat de rechtbank terecht afging op het deskundigenadvies van de monumentencommissie en het ontbreken van een deskundig tegenadvies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot aanwijzing van de schuur als gemeentelijk monument bevestigd.