ECLI:NL:RVS:2009:BJ5500
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning veehouderij wegens onjuiste toepassing overgangsrecht Wet geurhinder en veehouderij
Het college van burgemeester en wethouders van Veghel verleende op 3 juni 2008 een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een fokzeugen- en vleesvarkenshouderij. Deze vergunning werd aangevochten door meerdere appellanten die betoogden dat de aanvraag getoetst had moeten worden aan de op 1 januari 2007 in werking getreden Wet geurhinder en veehouderij, en niet aan de oudere Wet stankemissie.
De aanvraag was oorspronkelijk ingediend op 20 december 2006, maar werd daarna meerdere malen ingrijpend gewijzigd, onder andere met nieuwe tekeningen, akoestische rapporten en luchtkwaliteitsonderzoeken. Hierdoor oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de gewijzigde aanvraag als ingediend na 1 januari 2007 moest worden beschouwd, zodat het overgangsrecht van artikel 14 van Pro de Wet geurhinder en veehouderij van toepassing was.
Omdat het college ten onrechte de oude Wet stankemissie toepaste, werd het bestreden besluit vernietigd. De Afdeling achtte het aspect stankhinder doorslaggevend voor de vergunningverlening en zag geen aanleiding om de overige beroepsgronden te behandelen. Tevens werden proceskosten toegekend aan de appellanten, en werd het betaalde griffierecht aan hen vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van overgangsrecht bij vergunningaanvragen die na wetswijzigingen ingrijpend worden aangepast, en bevestigt dat een gewijzigde aanvraag als nieuw moet worden beoordeeld.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening voor de veehouderij wordt vernietigd vanwege onjuiste toepassing van het overgangsrecht.