ECLI:NL:RVS:2009:BJ5084
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.W.J. Sloots
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving permanente bewoning recreatiewoning Oldebroek
Het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek legde op 22 november 2005 een last onder dwangsom op aan appellant om de permanente bewoning van een recreatiewoning op een perceel in Oldebroek te staken. Appellant voerde bezwaar aan tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatie' permanente bewoning verbiedt, met uitzondering van een beheerderswoning. Appellant betoogde dat het bestemmingsplan onuitvoerbaar en strijdig met de Wet op de Ruimtelijke Ordening zou zijn, maar de Afdeling stelde dat in deze procedure slechts de geldigheid van het planvoorschrift wordt getoetst, niet het bestemmingsplan als geheel.
Verder stelde appellant dat handhavend optreden onevenredig is vanwege financiële gevolgen, dat er concreet zicht op legalisatie bestaat door rijksbeleid en dat het college jarenlang gedoogde of toezeggingen deed omtrent permanente bewoning. De Afdeling verwierp deze gronden: de financiële bezwaren waren nieuw in hoger beroep en mochten niet worden meegenomen; het college hoeft niet eerst de gemeenteraad te vragen om planherziening; er is geen concreet zicht op legalisatie; en het college heeft terecht gehandhaafd ondanks eerdere niet-handhaving, omdat dit geen rechtvaardiging biedt voor vertrouwen of gelijkheidsbeginsel.
De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen permanente bewoning bevestigd.