ECLI:NL:RVS:2009:BJ5073
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B.P. Vermeulen
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging vergunningvoorschrift beplantingsstrook kampeerterrein Losser
Het college van burgemeester en wethouders van Losser had bij besluit van 3 februari 2004 een vergunning verleend voor de exploitatie van een kampeerterrein, met voorschrift B5 dat een beplantingsstrook van minimaal tien meter breed rond het terrein voorschreef. Na eerdere uitspraken van de rechtbank die eerdere versies van dit voorschrift in strijd achtte met het rechtszekerheidsbeginsel, wijzigde het college het voorschrift bij besluit van 28 augustus 2007. Dit nieuwe voorschrift stelde dat de randbeplanting aan de westzijde van het terrein moest worden ingericht volgens een beplantingsplan, zonder een vaste minimale breedte te noemen.
De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde onder meer aan dat het nieuwe voorschrift onduidelijk was door de term "naar redelijkheid", dat het voorschrift niet direct door hem kon worden nageleefd zonder medewerking van derden, dat het college het vertrouwensbeginsel en het verbod van reformatio in peius had geschonden, en dat het beplantingsadvies van Oranjewoud onjuistheden bevatte.
De Raad van State oordeelde dat het gebruik van "naar redelijkheid" niet tot onduidelijkheid leidt, omdat het beplantingsplan objectief vaststelt wanneer aan het voorschrift is voldaan. Het college had niet onzorgvuldig gehandeld door het beplantingsadvies van Oranjewoud te gebruiken, en appellant had geen tegenadvies ingediend. Ook was er geen sprake van een verslechtering van zijn positie ten opzichte van het eerdere voorschrift, zodat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.