ECLI:NL:RVS:2009:BJ4396
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen nieuw feit bij herhaalde asielaanvraag en afwijzing beroep
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die op 11 mei 2009 door de staatssecretaris werd afgewezen. Eerder was een soortgelijke aanvraag afgewezen op 19 november 2003, waarbij de vreemdeling ook beroep instelde, maar dat beroep werd niet inhoudelijk behandeld omdat zij met onbekende bestemming vertrok.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen het besluit van 11 mei 2009 gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat de documenten die de vreemdeling overlegde al in de eerdere procedure waren gebruikt en derhalve niet als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden konden worden beschouwd. Omdat er geen nieuwe feiten waren, kon het besluit van 11 mei 2009 niet als een eerste afwijzing worden getoetst.
De Raad vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van 11 mei 2009 blijft in stand.