Uitspraak
200808028/1, ter zitting behandeld op 25 juni 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. M.E.J.M. Vorstermans, ambtenaar in dienst van de gemeente, is verschenen. De zaken zijn daarna gescheiden.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft op 10 mei 2007 een verzoek van appellanten Amadeus en een tweede appellant afgewezen om een bouwvergunning aan Vroom en Dreesmann Warenhuizen B.V. in te trekken en handhavend op te treden tegen grootschalige bedrijfsactiviteiten in het pand Spilstraat 6C10 te Maastricht. Dit besluit werd op 24 september 2007 in bezwaar gehandhaafd en vervolgens op 23 september 2008 door de rechtbank Maastricht bevestigd.
Appellanten stelden dat het gebruik van het pand als restaurant in strijd was met het bestemmingsplan Centrum-Binnenstad herziening 1995. De Raad van State overwoog dat het gebruik voortvloeit uit een eerder verleende bouwvergunning voor winkelgebonden horeca, welke volgens het bestemmingsplan is toegestaan. De openingstijden van het restaurant sloten aan bij die van de winkelvoorzieningen, waardoor het gebruik als winkelgebonden horeca kon worden aangemerkt.
De Raad van State concludeerde dat het college en de rechtbank terecht geen handhaving konden toepassen tegen het gebruik van het pand en dat de beroepsgronden van appellanten onvoldoende waren om het oordeel te vernietigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.