Uitspraak
200800903/1kunnen alleen geurgevoelige objecten die geen onderdeel uitmaken van de inrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, voor bescherming in aanmerking komen. De Wet geurhinder beoogt immers uitsluitend de gevolgen van een inrichting voor haar omgeving te reguleren, zodat de eigen geurgevoelige objecten niet worden beschermd tegen geurhinder van de eigen dierenverblijven.
200507565/1) heeft een vergunning krachtens de Wet milieubeheer geen betrekking op het uitrijden van mest op niet tot de inrichting behorende gronden. Aan de hand van de stukken en verhandelde ter zitting stelt de Afdeling vast dat geen mest wordt uitgereden op gronden die tot de inrichting behoren. Het stellen van voorschriften die verband houden met het uitrijden van mest(stof) op niet tot de inrichting behorende gronden gaat derhalve de mogelijkheden van de Wet milieubeheer te buiten. Voor zover [appellanten sub 1] vrezen dat afvoer van spuiwater plaats zal vinden, betreft het een kwestie van handhaving. In zoverre heeft het beroep geen betrekking op de rechtmatigheid van de ter beoordeling staande vergunning en kan het om die reden niet slagen.