ECLI:NL:RVS:2009:BJ4049
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens niet verschijnen bij educatieve maatregel
De Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde op 9 augustus 2007 het rijbewijs van appellant ongeldig omdat hij zonder geldige reden niet was verschenen op het voorgesprek van de opgelegde Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA). Appellant voerde aan dat hij door een file was verhinderd en dat de gevolgen van het niet tijdig verschijnen buitenproportioneel waren.
De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde dat appellant niet had voldaan aan zijn medewerkingsplicht zoals vastgelegd in artikel 132 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank stelde dat het risico van te laat komen voor appellant bleef, mede omdat hij uitdrukkelijk was gewaarschuwd voor de consequenties. Ook was het redelijk dat appellant de kosten voor de EMA opnieuw moest betalen, omdat zijn plaats niet door een ander werd ingenomen.
De Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het CBR terecht het rijbewijs ongeldig had verklaard en dat er geen sprake was van overmacht. De beslissing tot ongeldigverklaring werd gehandhaafd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt bevestigd.