ECLI:NL:RVS:2009:BJ4046

Raad van State

Datum uitspraak
29 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200807684/1/H1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:9 AwbArt. 19 WROArt. 21 WROArt. 50 Woningwet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak over vrijstelling en bouwvergunning voor bedrijfswoning op agrarisch perceel

Het college van burgemeester en wethouders van Zeevang verleende op 4 april 2006 een vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van een bedrijfswoning op een perceel bestemd voor agrarische doeleinden. Omwonenden maakten bezwaar en stelden onder meer dat het bedrijf geen volwaardig agrarisch bedrijf was en dat het college ten onrechte geen nieuwe verklaring van geen bezwaar had gevraagd.

De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van het college, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Hiertegen stelden de omwonenden hoger beroep bij de Raad van State in. Ter zitting trokken zij enkele beroepsgronden in.

De Raad van State oordeelde dat het college terecht geen nieuwe verklaring van geen bezwaar hoefde te vragen en dat het college zich op een degelijk rapport van adviesbureau Clevin mocht baseren om te concluderen dat sprake was van een volwaardig agrarisch bedrijf. De stellingen van de omwonenden dat het bedrijf slechts een hobby was en dat het rapport onvoldoende was, werden verworpen.

De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

200807684/1/H1.
Datum uitspraak: 29 juli 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante A] en [appellant B], gevestigd respectievelijk wonend te [plaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem van 4 september 2008 in zaak nrs. 08-5274 en 08-4844 in het geding tussen:
[appellante A] en [appellant B]
en
het college van burgemeester en wethouders van Zeevang.
1. Procesverloop
Bij besluiten van 4 april 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeevang (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de bouw van een woning op het perceel [locatie] te [woonplaats] (hierna: het perceel).
Bij besluit van 13 mei 2008 heeft het college het door [appellante A] en [appellant B] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de besluiten van 4 april 2006 gehandhaafd.
Bij uitspraak van 4 september 2008, verzonden op 8 september 2008, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem (hierna: de voorzieningenrechter) het door [appellante A] en [appellant B] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 13 mei 2008 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben [appellante A] en [appellant B] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 oktober 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 14 november 2008.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 juni 2009, waar [appellante A], vertegenwoordigd door mr. J. Engelsma en mr. W.J.M. Loomans, advocaat te Hoorn, en [appellant B], vertegenwoordigd door mr. W.J.M. Loomans, voornoemd, en het college, vertegenwoordigd door H.R. Nieman, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is [vergunninghouder] als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Ter zitting hebben [appellante A] en [appellant B] de beroepsgronden met betrekking tot de hoorplicht als bedoeld in artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en de formulering van het dictum van het besluit van 13 mei 2008 ingetrokken.
2.2. Het bouwplan voorziet in de bouw van een bedrijfswoning nabij de bedrijfsgebouwen van de [paardenhouderij en –fokkerij] van [vergunninghouder] en zijn echtgenote.
2.3. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Landelijk Gebied 1973, derde herziening en aanvulling 1998" rust op het perceel de bestemming "agrarische doeleinden II".
Ingevolge artikel 6, eerste lid, van de planvoorschriften, zoals gewijzigd bij de derde herziening en aanvulling 1998 (artikel VII, eerste lid), zijn de op de kaart voor "agrarische doeleinden II" aangewezen gronden bestemd voor agrarisch gebruik ten behoeve van veehouderij en weidebedrijven met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd kassen.
Het bouwplan is hiermee in strijd. Teneinde realisering van het bouwplan mogelijk te maken heeft het college met toepassing van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) in samenhang met artikel 50, vijfde lid, van de Woningwet vrijstelling van het bestemmingsplan verleend. Ten tijde van het nemen van het besluit gold ter plaatse een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van Pro de WRO.
Voorafgaand aan het besluit heeft het college de verklaring van geen bezwaar van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland van 16 maart 2006 ontvangen.
2.4. Ingevolge artikel 19, eerste lid, van de WRO kan de gemeenteraad ten behoeve van de verwezenlijking van een project vrijstelling verlenen van het geldende bestemmingsplan, mits dat project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing en vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen, dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben. Onder een goede ruimtelijke onderbouwing wordt bij voorkeur een gemeentelijk, intergemeentelijk of regionaal structuurplan verstaan. Indien er geen structuurplan is of wordt opgesteld, wordt bij de ruimtelijke onderbouwing in elk geval ingegaan op de relatie met het geldende bestemmingsplan, dan wel wordt er gemotiveerd waarom het te realiseren project past binnen de toekomstig bestemming van het betreffende gebied. De gemeenteraad kan de in de eerste volzin bedoelde vrijstellingsbevoegdheid delegeren aan burgemeester en wethouders.
2.5. Het betoog van [appellante A] en [appellant B] dat het college ten onrechte geen nieuwe verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WRO aan het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland heeft gevraagd, slaagt niet. De voorzieningenrechter heeft terecht overwogen dat de enkele omstandigheid dat het college de aan de verleende vrijstelling ten grondslag gelegde ruimtelijke onderbouwing heeft aangepast geen aanleiding vormt een nieuw verzoek aan het college van gedeputeerde staten te richten om een verklaring van geen bezwaar voor een vrijstelling ten behoeve van hetzelfde bouwplan.
2.6. [appellante A] en [appellant B] betogen verder dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf. Zij voeren daartoe aan dat [vergunninghouder] een schildersbedrijf heeft en dat het houden van paarden een hobby is van zijn echtgenote. Voorts stellen zij dat het bedrijf van [vergunninghouder] naar provinciaal beleid niet als een volwaardig agrarisch bedrijf is aan te merken en dat deze volwaardigheid evenmin kan blijken uit het rapport van adviesbureau Clevin van 23 november 2007, omdat dit is gebaseerd enkel op een theoretische berekening en bedrijfsgegevens van [vergunninghouder] ontbreken. Op het bedrijf van [vergunninghouder] worden niet meer dan zes paarden gesignaleerd, aldus [appellante A] en [appellant B]. Tot slot voeren zij aan dat de rechtbank er ten onrechte van is uitgegaan dat ten aanzien van de beoordeling van de volwaardigheid van het bedrijf verruimde criteria gelden.
2.6.1. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het college slechts vrijstelling verleent voor de bouw van agrarische bedrijfswoningen op percelen met de bestemming "agrarische doeleinden II" als sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf, waaronder het college "ten minste een reëel bedrijf, niet zijnde hobbymatige activiteiten" verstaat. Het rapport van adviesbureau Clevin onderscheidt ten aanzien van de bedrijfsgrootte vier varianten. Deze zijn oplopend naar grootte: 'hobbyboer', 'deeltijdbedrijf', 'reëel agrarisch bedrijf' en 'volwaardig agrarisch bedrijf'. Het rapport concludeert dat sprake is van een 'volwaardig agrarisch bedrijf met de toevoeging marginaal'. Een 'volwaardig agrarisch bedrijf' houdt volgens het rapport in dat continuïteit op langere termijn is verzekerd en dat er volledige werkgelegenheid voor ten minste één arbeidskracht is met, afhankelijk van het aantal dieren, de hoeveelheid grond en de inrichting van het bedrijf, een aanvaardbaar inkomen. [appellante A] en [appellant B] hebben weliswaar een tegenrapport ingebracht, waarin kritiek wordt uitgeoefend op de door adviesbureau Clevin gehanteerde berekeningsmethode, maar mede gelet op de reactie van adviesbureau Clevin van maart 2008 daarop, kan niet worden geoordeeld dat het college zijn standpunt dat sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf, zoals door het college bedoeld, niet had kunnen baseren op het rapport van adviesbureau Clevin. De stelling dat op het bedrijf van [vergunninghouder] niet meer dan zes paarden worden gesignaleerd kan - wat de juistheid daarvan ook zij - niet aan de conclusie van adviesbureau Clevin afdoen. Verder valt niet in te zien dat criteria als tijdsbesteding en arbeidsinkomen, in dit verband niet relevant zouden zijn.
Het betoog faalt.
2.7. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. S.F.M. Wortmann, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump w.g. Van der Maesen de Sombreff
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2009
190-564.