Uitspraak
200803450/1), mag de minister in beginsel uitgaan van de juistheid van de zakelijke weergave van een ten overstaan van een inspecteur van de Arbeidsinspectie afgelegde verklaring zoals die is neergelegd in een op ambteed onderscheidenlijk ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend boeterapport. Dit is slechts anders indien sprake is van bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van dit uitgangspunt.
200708104/1; www.raadvanstate.nl), het maximum dat per persoon per beboetbaar feit kan worden opgelegd. Voorts volgt uit artikel 19a, tweede lid, van de Wav dat de terzake van de Wav gestelde beboetbare feiten gelden ten opzichte van elk persoon, met of ten aanzien van wie een beboetbaar feit is begaan. [appellante] kan dan ook niet gevolgd worden in haar standpunt dat slechts sprake is van één overtreding en dat de daarvoor opgelegde boete het maximum te boven zou gaan. Van strijd met artikel 19d, eerste lid, onder a, van de Wav is derhalve geen sprake.
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro de Awb neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.
200802872/1), bestaat geen reden tot matiging van de opgelegde boete over te gaan indien de beboete werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de opgelegde boete onevenredig wordt getroffen.